een project in het kader van Schouwen-Duiveland picknickeiland

Dieuwke Parlevliet en Jaap Verseput
Zierikzee, 2008
ISBN: 9789081135658

Wie bij laag water op de dijk bij Zierikzee naar de Oosterschelde gaat kijken, ontwaart in de verte een lamp. Metershoog hangt hij aan een boomstaak. Zo’n boomstaak waar de mosselvissers traditioneel van alles in hangen; fietsbanden, vlaggen, kerstbomen. Maar ik heb zelden een lamp op zee gezien. Onder de lamp staat een heuse tafel met daarop strengen mosselen. De tafel verdwijnt en verschijnt bij ieder tij weer. Hij staat op een mosselperceel dat gebruikt wordt door Maria Amenta uit

Zierikzee. Zij heeft er haar eigen ‘volkstuin op zee’.

(........)

Ze raapt een half vergaan stuk touw op. ‘Komt dit van een mosselkotter die hier voer? Is het achteloos overboord gegooid omdat het gebroken was? Of komt het van verre landen en is het al eindeloos meegevoerd met de golven?

Het is hier een heel inspirerende plek voor een dichter. Alles wat leeft in de zee kreeg geen naam van Adam uit Genesis. De hof van Eden was binnendijks. Als de Adam, de mens, nu hier zit, welke namen geeft hij dan? Welke woorden vind je voor de vloed die dijken kan breken, ons leven kan verwoesten maar ook de  bron is van ons bestaan? De  zee neemt en de zee geeft.....  tja. Kan je hier je verdriet laten afzinken? Is het een plek om, turend in de verte, te hopen op terugkeer? Wat doet het getij met je? Van die dingen.’ Ze kijkt me vragend aan: ‘Waar staan we? Is het hier zee? -  land?’

(........)

Ik vraag nog even door op haar plannen met deze volkstuin op zee.

‘Nog een stap verder, maar wie weet, zou het zijn als er een gebied aangewezen wordt waar meerdere mensen een eigen perceeltje zouden kunnen huren. Een hoek aan de kust waar wat staken staan en waar men dan een eigen kokkelbedje en  een mosselbankje heeft, wat oesters kweekt en op de wat hoger liggende delen zeegroentes kan telen.’

Het water begint op te komen, we gaan terug naar de kust. Maar nog even: ‘Hier, proef een mosseltje van mijn eigen cultuur… ze snijdt er behendig een open en pakt een pepermolentje uit haar rugzak. Net een platte oester, heerlijk he?’

zeeuws blauw - taal en teken van dieuwke parlevliet